Tijdens zijn colleges Burgerlijk recht III gaf mijn latere promotor, prof. mr. C.J.H. Brunner (dus: C.J.H.B. resp. CJHB in de NJ), steevast aanwijzingen omtrent het gebruik van de Nederlandse taal. Met deze rubriek,Taallesjes voor juristen, is beoogd om de fakkel over te nemen.

Zicht op de Waalbrug afgelopen zaterdagmiddag (foto SvS, iPhone 13 Pro Max)

Noviomagus. De eerste aflevering van deze taalrubriek verscheen op 5 maart 2013. In de jaren die sedertdien verstreken zijn, gaven velen mij te kennen deze rubriek graag te lezen. Op 12 januari jl. plaatste ik op deze blog de 74ste aflevering van deze taalrubriek. Jubileumaflevering 75 is geschreven door taalpurist prof. mr. André Nuytinck.

Thans, na (ruim) tachtig afleveringen, voel ik de behoefte om van de lezers van deze taalrubriek suggesties aangereikt te krijgen. Daarom is vanaf vandaag (onderaan) in de meest recente afleveringen van deze rubriek het volgende opgenomen.

Suggesties voor deze rubriek, Taallesjes voor Juristen, kunt u mailen naar taallesjes@vscc.nl.

 

Jouw resp. uw per e-mail naar ’taallesjes@vscc.nl’ te versturen suggesties kunnen goed bijdragen aan de continuïteit van deze taalrubriek. Suggesties zijn daarom zeer welkom.

Er vanuit gaan?

Het is ervan uitgaan en niet ‘er vanuit gaan’.  Ook de Hoge Raad miskent dat soms. Zo valt te lezen in rov. 3.16.3 van HR 6 september 2013, NJ 2014/176 te lezen (onderstreping toegevoegd):

„Het hof gaat er vanuit dat gelet op de door [eiser c.s.] verstrekte gegevens met betrekking tot de effectenlease-overeenkomst van het Dexia-product ook uit deze overeenkomst kenbaar was dat deze voorzag in de verstrekking van een geldlening door Dexia, waarover [eiser c.s.] rente waren verschuldigd, dat het geleende bedrag zou worden belegd in effecten en dat dit bedrag moest worden terugbetaald.”

Zo voorts valt te lezen in rov. 2.3 van HR 19 maart jl., ECLI:NL:HR:2021:417 (onderstreping toegevoegd):

„Het hof gaat er vanuit dat zij daarmee ook heeft ingestemd nu zij dit heeft erkend en dit is af te leiden uit haar douaneverklaring.”

Due dillegence-onderzoek?

‘Due diligence’ betekent volgens Van Dale: „bij bedrijfsovernames financieel-economisch onderzoek naar een overnamekandidaat”.  Daarom is het gerechtvaardigd om de vraag op te werpen of het niet ongelukkig is om te schrijven ‘due diligence-onderzoek’.
Immers het woord onderzoek lijkt reeds verdisconteerd te zijn in de term due diligence.

Tenslotte of ten slotte?

Te vaak bemerk ik dat fouten gemaakt worden met ’tenslotte’ en ’ten slotte’.  Zo las ik aan het einde van een vonnis van een rechtbank dat ’tenslotte’ nog de  vraag aan de orde diende te komen of de proceskosten gecompenseerd moesten worden. Fout, want er had moeten staan ’ten slotte’.  Het woord ’tenslotte’ betekent immers of want en ’ten slotte’ betekent als laatste.

‘Ingevolge HR … /NJ …’?

Recent attendeerde iemand me erop dat het goed is om in deze taalrubriek aan de kaak te stellen dat het onjuist of minder gelukkig is om te schrijven dat ‘ingevolge’ een bepaald arrest van de Hoge Raad een bepaalde rechtsregel zou gelden. Met ‘ingevolge’ wordt ten onrechte gesuggereerd dat te onzent een precedentenstelsel zou gelden. Zoals bijvoorbeeld te lezen valt in De weg naar het civiele vonnis  (blz. 210 e.v. en 294 e.v.) van Margreet Ahsmann, kennen wij in Nederland geen precedentenstelsel. Om deze reden heb ik in deze context nog nimmer ‘ingevolge’ geschreven.
Maar het ligt subtiel. Wanneer ik wijs op een bepaalde rechtsregel, schrijf ik in een voetnoot gewoon ‘Zie HR …/NJ …’). ‘Zie’ heeft een andere betekenis dan ‘ingevolge’.

De rechter ‘stelt’?

In de vorige aflevering van deze taalrubriek gaf ik te kennen dat het fout is om te schrijven dat een rechtbank of gerechtshof iets ‘vindt’, ‘meent’ of ‘van mening is’.  Eveneens fout is het om te schrijven dat in een vonnis, arrest of beschikking  iets ‘gesteld’ wordt. Immers, partijen stellen en vervolgens oordeelt/beslist de rechter. De rechter zelf stelt niets.

Senior advocaat?

Al weer zo’n zes jaar geleden plaatste ik op deze blog een kritisch bericht met als opschrift  „Senior rechter”. Daarin kwalificeerde ik de functieaanduiding ‘Senior rechter ‘ als minst genomen ongelukkig. Lezing van dat blogbericht zij van harte aanbevolen (LINK).

Die kwalificatie (minst genomen ongelukkig) is ook op haar plaats wat betreft de term ‘Senior advocaat’.

Immers, de wet maakt geen onderscheid tussen advocaten en ‘Senior advocaten’.
Zo maakt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dit onderscheid niet.
Zo ook komt ‘Senior advocaat’ niet voor in het Wetboek van Strafvordering.
Zo voorts maakt de Advocatenwet dat onderscheid evenmin. De advocaat bijvoorbeeld die volgens art. 9b lid 1 Advocatenwet verplicht is om gedurende de eerste drie jaar waarin hij als zodanig ingeschreven is als stagiair(e) de praktijk uit te oefenen onder begeleiding van een andere advocaat „- hierna te noemen de patroon -“ en bij deze kantoor te houden, is iemand die volgens art. 9a Advocatenwet gerechtigd is tot het voeren van de titel van advocaat, omdat hij „als advocaat is ingeschreven op grond van artikel 1, eerste lid, of 2a, eerste lid.”

Het schijnt mij toe dat ‘Senior advocaat’ te wijten is aan kantoren die medewerkers die er, althans vooralsnog,  geen  partner mogen/kunnen worden zowel intern als extern een blijk van erkenning willen geven (met ‘Senior advocaat’). Maar ‘Senior advocaat’ is daarvoor, gezien het voorgaande, niet geëigend. Niettemin staat in nogal wat profielen op LinkedIn ‘Senior advocaat’. Ik hoop van ganser harte dat dat  gauw verandert.

Vorige aflevering van deze taalrubriek

Een link naar de vorige aflevering van deze veelgelezen rubriek staat HIER.

Suggesties voor deze rubriek, Taallesjes voor Juristen, kunt u mailen naar taallesjes@vscc.nl.