Procederen in cassatie, bij de Hoge Raad, is wezenlijk anders dan procederen bij een rechtbank of een gerechtshof. Dit heeft alles te maken met het toetsingskader in cassatie.

De procedure bij de Hoge Raad is in verreweg de meeste gevallen geheel schriftelijk: slechts zelden wordt mondeling gepleit.

In de meeste zaken duurt de cassatieprocedure ongeveer zestien maanden.

In zogeheten vorderingszaken kan de eiser tot cassatie een schriftelijke toelichting doen geven op het voor haar opgestelde cassatiemiddel. De wederpartij, de verweerder in cassatie, kan gelijktijdig een schriftelijke toelichting geven op haar eerder ingediende verweerschrift, dat doorgaans slechts één A-tje bestrijkt en niet meer behelst dan het ongemotiveerde standpunt dat het cassatieberoep verworpen moet worden.
Veertien dagen na het geven van de schriftelijke toelichtingen mogen partijen repliceren (eiser tot cassatie) en dupliceren (verweerder in cassatie).

In verzoekschriftprocedures worden in beginsel geen schriftelijke toelichtingen gegeven. Nadat het cassatieverzoekschrift ingediend is, kan verweerder in cassatie een verweerschrift indienen.

In iedere cassatiezaak komt er een advies, een conclusie, van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad aan de Hoge Raad.

Partijen hebben de mogelijkheid om op deze conclusie schriftelijk te reageren binnen een termijn van veertien dagen nadat de conclusie genomen is. Zo'n schriftelijke reactie is een zogeheten borgersbrief. Op een borgersbrief mag niet gereageerd worden.