0psteker voor de rechtsstaat – Maar waar blijft NRC Handelsblad? 

Noviomagus. Het NJB heeft deze week (14 dezer) op zijn website een stuk gepubliceerd met als kop Advocaat Smit onrechtmatig benadeeld door Raad voor de rechtspraak en oud-rechter Westenberg(LINK). Daarmee besteedt het NJB aandacht aan het eerder deze maand (7 dezer) gewezen tussenarrest van het Bossche Hof, in welk arrest eindbeslissingen genomen zijn die erop neerkomen zowel dat Westenberg gelogen heeft, als dat de Raad voor de Rechtspraak (hierna: „RvdR”) jegens mr. Hugo Smit onrechtmatig handelde in 2006 en dat de Raad moet rectificeren. Dit laatste omdat de RvdR in dat jaar een beschuldiging geuit had aan het adres van mr. Smit die naar ’s Hofs oordeel  „onnodig diffamerend, vooralsnog onvoldoende gefundeerd en {…} later ook onjuist gebleken,” is.

Hoe zat het ook al weer?

Van Gogh in het Kröller-Müller Museum (foto SvS, iPhone 7)

De zaak die mr. Westenberg in 2004 begon tegen mr. Smit

In het boek Topdvocatuur  van Micha Kat (2004) zei Smit dat Westenberg in de zogeheten Chipsholzaak hem uitvoerig gebeld had. Dit bellen ontkende Westenberg, die daarop tegen Smit een civiele procedure begon. De zaak eindigde door royement, nadat het Haagse Gerechtshof in een op 23 juni 2009 gewezen tussenarrest voorshands bewezen achtte dat Westenberg wèl gebeld had en tegenbewijs leveren mocht; een poging tot het leveren van dit tegenbewijs ondernam  Westenberg niet en hij vertrok in najaar 2009 als rechter.

Daarna de zaak van mr. Smit tegen mr. Westenberg en de Raad voor de Rechtspraak

Na dat royement spande mr. Smit een civiele procedure aan tegen zowel Westenberg, die advocaat Smit als leugenaar had weggezet, als de RvdR (lees: de Staat. waarvan die raad een orgaan is). De voorzitter van de RvdR had in 2006 op vragen van de SP-fractie in de Tweede Kamer in een brief aan de Tweede Kamer-fractie van de SP niet alleen geschreven dat de RvdR zich op het standpunt stelde dat het handelen van de advocaat, van wie volgens het Bossche Hof in voornoemd tussenarrest niet onbekend was dat het daarbij om mr. Smit ging,  niet door de beugel kan en schadelijk is voor het functioneren van de rechtspraak, maar ook dat het niet een procedure van een individuele rechter (dus: Westenberg) was tegen advocaat Smit, maar van de gehele rechterlijke macht.

Het tussenarrest van het Bossche Hof

Op 7 dezer heeft het Bossche Hof in voornoemd tussenarrest (dus) eindbeslissingen genomen die erop neerkomen zowel dat Westenberg gelogen heeft met zijn ontkenning van wat Smit over Westenberg beweerde in dat boek (Topadvocatuur), als dat de RvdR jegens Smit onrechtmatig handelde in 2006 en dat de RvdR dat moet rectificeren.

Het Hof oordeelt aangaande Westenberg (rov. 6.15):

„Voldaan is derhalve aan de hiervoor in rov. 6.8 weergegeven maatstaf voor misbruik van procesrecht. [geïntimeerde] baseerde zijn vordering immers op een feit waarvan hij de onjuistheid kende, namelijk dat hij niet gebeld had met [appellant] . De vordering van [geïntimeerde] was aldus evident ongegrond en in verband met de zwaarwegende belangen van [appellant] had het instellen daarvan achterwege behoren te blijven. Het feit dat [appellant] door [geïntimeerde] werd weggezet als leugenaar was voor [appellant] als advocaat diffamerend en tastte hem aan in zijn persoonlijke integriteit. Redelijkerwijs was te verwachten dat [appellant] door de tegen hem door [geïntimeerde] aangespannen procedure in elk geval reputatieschade zou lijden. Te meer nu hij rechter was, had [geïntimeerde] zich kunnen en moeten realiseren wat de impact zou zijn van een dergelijke procedure tegen [appellant] . Ook met inachtneming van de in dezen te betrachten terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM, leidt dit alles tot het oordeel dat [geïntimeerde] door de vordering wel in te stellen, onrechtmatig jegens [appellant] heeft gehandeld.”

Wat betreft de RvdR oordeelt het Hof: (rov. 6.49):

„Ten tijde van de brief van mr. Van Delden, in 2006, had het de Raad voor de rechtspraak inmiddels duidelijk moeten zijn dat niet (meer) onverkort kon worden uitgegaan van hetgeen [geïntimeerde] zei over het door [appellant] gestelde telefonisch contact tussen hem en [geïntimeerde] . In de Rotterdamse procedure beweerde [appellant] immers stellig dat [geïntimeerde] in december 1994 wel gebeld had. Bij het op 14 december 2005 in die procedure gewezen tussenvonnis had de rechtbank [appellant] tot bewijslevering hierover toegelaten.

Genoemde brief van de Raad in 2006 bevat de passage: “Het is veeleer zo dat de Raad en het betrokken gerechtsbestuur zélf zich op het standpunt stellen dat het handelen van de advocaat en van de journalist (en diens uitgever) niet door de beugel kan en schadelijk is voor het functioneren van de rechtspraak.”.

In de omstandigheden van dit geval is [appellant] specifiek door deze passage in zijn eer en goede naam aangetast. De in die passage besloten liggende beschuldiging was onnodig diffamerend, vooralsnog onvoldoende gefundeerd en is later ook onjuist gebleken, zoals in dit arrest is vastgesteld. Het hof acht het doen van deze mededeling aan de Tweede Kamer-fractie dan ook onrechtmatig jegens [appellant] . Gesteld noch gebleken is dat de Staat daarbij enig belang had dat opweegt tegen het evidente belang van [appellant] dat deze mededeling niet werd gedaan. Aan de omstandigheid dat de naam van [appellant] in brief niet genoemd wordt, gaat het hof voorbij. Dat het daarbij om [appellant] ging was niet onbekend.

Evenmin doet het ertoe dat mr. Van Delden de brief schreef in reactie op vragen over het financieren van procedures van of tegen rechters. Voor een goede beantwoording van die vragen was het immers niet nodig om voormelde passage op te nemen.

Hoewel de onrechtmatige uitlating is gedaan in een brief aan de Tweede Kamer-fractie van de SP, is de brief als openbaarmaking/publicatie in de zin van artikel 6:167 lid 1 BW aan te merken. De Staat heeft dit ook niet betwist. Evenmin heeft de Staat verweer gevoerd tegen publicatie van de rectificatie in genoemde landelijke dagbladen. Gelet op het voorgaande zal het hof de Staat veroordelen tot rectificatie zoals in het dictum zal worden vermeld.”

Een link naar ’s Hofs arrest staat HIER.

Rechtstatelijkheid – RvdR terecht gewezen door de rechter

Het gaat bij de brief uit 2006 van de voorzitter van RvdR niet zomaar om een onrechtmatige overheidsdaad. De RvdR ziet zichzelf als het bestuur van de meeste rechtsprekende organisaties in Nederland: 11 rechtbanken, 4 gerechtshoven, het CBb en CRvB. Het Bossche Hof heeft in voornoemd  tussenarrest van 7 dezer een individuele burger beschermd tegen de RvdR. Een opsteker voor de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechtspraak.

Het is terecht dat het NJB aandacht besteedt aan het tussenarrest van 7 dezer. De RvdR heeft zich sinds zijn bestaan (2002) opgeworpen als spreekbuis van de rechterlijke macht en zich ontwikkeld tot een soort top van de rechtspraak. Bij dit tussenarrest is de handelwijze van RvdR (dus) door een tot dezelfde rechterlijke macht behorend gerecht als onrechtmatig bestempeld. Mijns inziens volkomen terecht. Immers, waarom zou ‘niet door de beugel’ gekund hebben wat mr. Smit zei in voornoemd boek Topadvocatuur als hij de waarheid sprak? Hoezo zou op voorhand vaststaan dat mr. Smit niet gewoon de waarheid sprak en dat mr. Westenberg niet loog?

Het kan niet verbazen dat in allerlei media aandacht besteed is aan ’s Hofs tussenarrest. Niet alleen het  NJB, maar ook (bijvoorbeeld) het Financieel Dagblad, de Telegraaf, het Advocatenblad, Mr. en Advocatie.

Waar blijft de NRC?

In NRC Handelsblad  is het oorverdovend stil. De NRC – de door veel juristen gelezen kwaliteitskrant die als slogan heeft ‘slijpsteen voor de geest’ – zwijgt in alle talen. Dat is minst genomen opmerkelijk. Hierbij zij bedacht dat op 15 maart 2010 – voornoemd tussenarrest van  23 juni 2009 was al gewezen en mr. Westenberg was met vervroegd pensioen  gestuurd – in de NRC een artikel verscheen onder de kop “Zaak Westenberg begint nu aan rechterlijke macht zelf te knagen”. MEER Maar ook eerder, door de jaren heen, berichtte de NRC wèl over de kwestie.

Heeft het op 7 dezer gewezen tussenarrest van het Bossche Hof  ‘dus’ geen nieuwswaarde?