sjef-van-swaaij-in-toga.jpg

Signalering van een signalering

Al weer een paar jaar geleden. In NRC Handelsblad staat weer een voor civilisten vermakelijke en interessante aflevering van de rubriek van Folkert Jensma De uitspraak.

De casus. Iemand zet zijn Harley Davidson te koop op veilingsite eBay en na afloop van de veilingtermijn blijkt dat het hoogste bod bedraagt  € 3.250, de helft van de marktwaarde.

Twee vragen

1. Kan hij er nog vanaf?
2. Zo neen, heeft de koper (als hij ontbindt) recht op integrale vergoeding van zijn positieve contractsbelang (artt. 6:74 en 6:277 BW)?

Antwoorden

Ad 1 (koopovereenkomst?)
Neen, naar beslist wordt in een op 16 januari 2010 gewezen Zwols vonnis, welke beslissing (op het eerste gezicht) prima gemotiveerd wordt in rovv. 4 t/m 8.  Een link naar dit vonnis staat hier.

Ad 2 (integrale vergoeding winstderving?)
Ja, maar in casu matigt de rechter (art. 6:109 BW) aanzienlijk. De Kantonrechter oordeelt:

“[eisende partij] heeft de stelling van [gedaagde partij] niet bestreden dat zijn financiële positie dermate zwak is dat hij niet in staat is de gevorderde schadevergoeding te betalen.
Van belang is ook dat de schade van [eisende partij] uitsluitend gederfde winst, zijn positief contractsbelang, betreft. Hem is vanwege de tekortkoming onmiskenbaar een voordeel ontnomen maar geen (ander) nadeel toegebracht.
[gedaagde partij] nam voor de eerste keer aan de veilingsite deel en [eisende partij] heeft ontkend dat hij een professionele handelaar is die voor zijn levensonderhoud (mede) afhankelijk is van de in- en verkoop van goederen.
De motor is door [gedaagde partij] voor een prijs van € 7.000,00 verkocht en niet € 7.500,00 aan de hand waarvan [eisende partij] het schadebedrag heeft berekend.
De kantonrechter zal, alles afwegend, van de gevorderde schadevergoeding de helft toewijzen, zijnde € 2.125,00.”

Hoezo matiging?

Deze motivering om te matigen overtuigt niet, gezien de maatstaf van art. 6:109 BW (“Indien toekenning van volledige schadevergoeding in de gegeven omstandigheden waaronder de aard van de aansprakelijkheid, de tussen partijen bestaande rechtsverhouding en hun beider draagkracht, tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden, kan de rechter een wettelijke verplichting tot schadevergoeding matigen.”). Immers, hoezo kennelijk onaanvaardbare gevolgen?  Het niet in staat zijn om te betalen sec is toch onvoldoende voor matiging, en de rest van de motivering is, vind ik, veel te dun, geeft mij althans niet de indruk dat niet-matiging zou leiden tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen.Hier wordt per saldo iemand die gerechtvaardigd vertrouwd heeft op een wilsverklaring van een ander zijn wettelijke recht op vergoeding van zijn schade (winstderving) voor de helft ontnomen.

Lees vooral ook wat Folkert Jensma er over schrijft

Een link naar de hiervóór vermelde aflevering van de rubriek van Folkert Jensma De uitspraak staat hier.