©Photo. R.M.N. / R.-G. OjŽda

Tijdens zijn colleges Burgerlijk recht III gaf mijn latere promotor prof. mr. C.J.H. Brunner (dus: C.J.H.B. resp. CJHB in de NJ) steevast aanwijzingen omtrent het gebruik van de Nederlandse taal. Met deze rubriek, Taallesjes voor juristen, is beoogd om de fakkel over te nemen.

In dit vierde deel uit deze serie staan drie taalkundige ‘missers’ centraal.

1. Met zich meebrengen

Niet zelden lees je (bijvoorbeeld): “Dit arrest van de Hoge Raad brengt met zich mee dat …”.

Het is evenwel van tweeën één. Ofwel het arrest brengt met zich, ofwel het arrest brengt mee. In de hiervóór gegeven voorbeeldzin derhalve moeten resp. moet daarom geschrapt worden ofwel de woordjes “met zich”, ofwel het woordje “mee”.

2. ‘Populaire’ constructie

Een constructie die je ook vaak ziet is (bijvoorbeeld) deze: “Eenmaal op kantoor leest Jan binnengekomen faxen en haalt koffie.”

Tussen de woordjes “haalt” en “koffie” moet Jan” resp. “hij” staan. Dit wordt manifest niet alleen als je (uit de laatste voorbeeldzin) schrapt  “{…} leest Jan binnengekomen faxen en {…}”, maar ook zodra je onderkent dat een dergelijke constructie alleen op papier pleegt voor te komen.  

3. Dit gedrag kwalificeert als onrechtmatig?

De rechter in zijn vonnis kwalificeert het litigieuze gedrag als onrechtmatig en dit gedrag heeft zich als onrechtmatig gekwalificeerd. Niettemin wordt ook in menig proefschrift (bijvoorbeeld) geschreven: “De zaak kwalificeert als onroerend.” 

Zo zeggen wij toch ook dat Nederland zich kwalificeert voor het WK in Brazilië?

Attendering: link

Ten slotte een attendering. Het betreft een mooi stuk op de site van het Genootschap Onze Taal over J.L Heldring en wat hij had met taal . De link staat hier.

De foto

Het schilderij draagt de naam “Zuivering van de Heilige Maagd”. De schilders zijn – je denkt meteen aan Nijmegen – de Gebroeders van Limburg (foto Wikipedia).

Het vorige taallesje voor juristen (deel 3, versie 2.0)

N.B. Een link naar het vorige deel in deze serie staat HIER.