Noviomagus. In een zaak waarin de Hoge Raad afgelopen vrijdag, 27 dezer, arrest wees was bij de rechtbank een eis ingesteld die strekte tot een verklaring voor recht dat een WAM-verzekeraar aansprakelijk is voor de schade die oorspronkelijk eiser lijdt als gevolg van de aanrijding. Het hof verklaarde – kort gezegd – voor recht dat de WAM-verzekerde op grond van art. 6:162 BW aansprakelijk is voor de schade als gevolg van voornoemde aanrijding.

Bijzondere omstandigheden nodig voor voldoende belang bij zo’n declaratoir?

Foto.Station.2015

Gisteren om 21.15 terug uit Leiden (foto SvS, iPhone 6)

 

De WAM-verzekeraar klaagde in cassatie dat het hof miskende dat oorspronkelijk eiser onvoldoende belang heeft bij zijn vordering: hij vordert slechts een verklaring voor recht en niet blijkt van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat hij daarmee – met het eisen van een declaratoir –  volstaat. Daarom had het  hofhad oorspronkelijk eiser ambtshalve niet-ontvankelijk in zijn vordering moeten verklaren, zo klaagde de WAM-verzekeraar.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat die klacht niet gegrond is:

“4.1.1.  Volgens onderdeel 1 heeft het hof miskend dat [verweerder] onvoldoende belang heeft bij zijn vordering.
[verweerder] vordert slechts een verklaring voor recht.
Niet blijkt van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat hij daarmee volstaat. Het hof had [verweerder] daarom ambtshalve niet-ontvankelijk in zijn vordering moeten verklaren, aldus de klacht.

4.1.2  Indien een verklaring voor recht wordt gevorderd dat aansprakelijkheid bestaat voor schade, dient de rechter ervan uit te gaan dat eiser daarbij belang heeft als de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Dat geldt ook als niet tevens een veroordeling tot schadevergoeding of tot verwijzing naar de schadestaatprocedure wordt gevorderd. Voor zover in HR 30 maart 1951, NJ 1952/29 anders is geoordeeld, komt de Hoge Raad daarvan terug.

4.1.3  In het oordeel van het hof ligt besloten dat [verweerder] voldoende belang heeft bij de gevorderde verklaring voor recht. Gelet op hetgeen hiervoor in 4.1.2 is vermeld, heeft het hof hiermee geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Zijn oordeel is evenmin onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat niet in geschil was dat [verweerder] bij de aanrijding letsel had opgelopen. De klacht faalt.”

Wel zo praktisch

foto.bureau.Sietse

Foto Sietse Klomp (iPhone 5s)

Even een eerste reactie. De rechter moet ervan uitgaan dat degene die een declaratoir eist dat jegens hem onrechtmatig is gehandeld bij deze verklaring voor recht belang heeft als het aannemelijk is de mogelijkheid bestaat dat laatstgenoemde schade geleden heeft. Wie zo’n declaratoir eist, hoeft derhalve geen bijzondere omstandigheden te stellen, doch slechts die mogelijkheid aannemelijk te maken.
Dat is wel zo praktisch voor eisers van een dergelijk declaratoir. Juist hieraan dankt de deelgeschilregeling (mede) haar bestaan.  Het is ook wat betreft het griffierecht veel gunstiger voor dergelijke eisers. Zou meteen een concreet bedrag ter zake van schadevergoeding geëist moeten worden, dan zou het griffierecht drastisch hoger zijn.

Link

Een link naar het arrest lees je HIER.