Dissertatie

J.H.M. van Swaaij, Beschikken en rechtsovergang, De temporele dimensie van de overdracht: levering van toekomstige goederen, levering onder eigendomsvoorbehoud en levering onder voorbehoud van eigendomsherkrijging, 2000 (340 pagina’s, ISBN 90-5454-167-9)

“{…} ingenieuze en soms verrassende wijze waarop Van Swaaij zijn vondst ontvouwt en uitwerkt {…} meeslepende werking {…} nieuwe dogmatische vondst.”

Zie:
– W. Snijders (oud-Regeringscommissaris voor het NBW en oud-vicepresident van de Hoge Raad der Nederlanden), Bespreking proefschrift van mr. J.H.M. van Swaaij, Maandblad voor Vermogensrecht, 2011, blz. 37 en 39. LEES MEER

Artikelen, annotaties, reacties/naschriften en overige publicaties

  • J.H.M. van Swaaij, Verjaring van rechtsvorderingen tot vergoeding van schade: (waar) ruimte voor derogerende werking van redelijkheid en billijkheid?, Overheid & Aansprakelijkheid, 2017, blz. 15 t/m 26.
  • J.H.M. van Swaaij, Annotatie – Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 17 mei 2016, Jurisprudentie Burgerlijk Procesrecht, 2016/67 (Maatstaven voor executie verstekvonnis)
  • J.H.M. van Swaaij, Annotatie – Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 14 oktober 2014, Jurisprudentie Burgerlijk Procesrecht, 2015, 26 (Omgekeerde prorogatie. Verwijzing. Hoger beroep.)
  • Sjef van Swaaij, Het doet er niet toe wat de cafébaas ervan wist, Commentaar als expert van het NJB bij de rubriek “De Uitspraak” (ditmaal: Kun je de schade van je gesloten café verhalen op op barvrouw die er drugs dealde?) van Folkert Jensma in NRC Handelsblad van 2 december 2014, met uitgebreid commentaar op weblog NRCHandelsblad NRC.nl (recht en bestuur) en NJBlog.
  • Sjef van Swaaij, Reformatio in peius-verbod als rechtsregel?, Advocatenblad, 2014, blz. 55.
  • Sjef van Swaaij, Elementair Appèlprocesrecht voor gevorderden. Ontvankelijkheid appellant, eisvermeerdering, tardieve grief, twee-conclusie-regel, reformatio in peius, derde fase van het hoger beroep en noodzaak tot dictumvervanging eerste aanleg-uitspraak, Middelen voor Meijer, Liber Amicorum Mr. R.S. Meijer, 2013, blz. 347 t/m 373.
  • Sjef van Swaaij, Verhoging griffierecht hoger beroep en cassatie. Inconsequent en zwakke argumentatie, Nederlands Juristenblad, 2013,  blz. 2150-2151.MEER
  • Sjef van Swaaij, Maak gehakt van beperkingen aan omvang processtukken (Reactie op de opinie van Georg van Daal, Godfried van Berkel en Aron Gupta: Luie rechters draaien het recht door de gehaktmolen), NJB 2012, blz. 2903-2904), Nederlands Juristenblad, 2013, blz. 20.MEER
  • Sjef van Swaaij (namens het Nederlands Juristenblad), Commentaar bij de rubriek “De Uitspraak” (ditmaal: “Het risico van dicht achter elkaar skiën”) van Folkert Jensma  in NRC Handelsblad 21 september 2012, met hierin samenvatting van het commentaar op de nrc-weblog), NJBlog.nl en NRC.nlrechtenbestuurMEER 
  • Swaaij, J.H.M. van, HR 21 oktober 2011, NJ 2011, 494 (DFM/Mobiel Lease). Eigenaar van een stil verpande auto draagt zonder kentekenbewijs deel II de eigendom over: derdenbescherming door art. 3:86 lid 2 BW en dit tegen beschikkingsonbevoegdheid?, Maandblad voor Vermogensrecht, mei 2012, blz. 125-131.MEER
  • Swaaij, J.H.M. van, De structuur van de voordeelverrekening (art. 6:100): hoe verhoudt
    “een zelfde gebeurtenis” zich tot “voor zover dit redelijk is”?, WPNR 6925 (2012), blz. 275-284.
  • Swaaij, J.H.M. van, Naschrift bij reactie van D. Vergunst op het hierna vermelde artikel: Rawagedeh: een rechtens onjuist vonnis; absolute en objectieve verjaringstermijn – geen derogerende werking, Nederlands Juristenblad, 2012, blz. 462. MEER
  • Swaaij, J.H.M. van, en Pluymen, M.H., Risicoaansprakelijkheid voor dieren: wanneer is sprake van bedrijfsmatig gebruik (art. 6:181 BW)?; HR 1 april 2011, NJ 2011, 405 (Kremers/Van de Water), Maandblad voor Vermogensrecht, 2011, blz. 297-303.
    MEER
  • Swaaij, J.H.M. van, Rawagedeh: een rechtens onjuist vonnis; absolute en objectieve verjaringstermijn – geen derogerende werking, Nederlands Juristenblad, 2011, blz. 2516-2517.
    MEER
  • Swaaij, J.H.M. van, en Walrecht, I.M., Art. 3:310 BW, subjectieve bekendheid en niet-stuiting verjaring zijdens minderjarige;  HR 3 december 2010, LJN BN6241, RvdW 2010, 1449 (X/Bemoti c.s), Maandblad voor Vermogensrecht, 2011, blz. 174-179. MEER 
  • Swaaij, J.H.M. van, Vos/TSN: geen consequentie voor het ‘eigen schuld’-verweer. Het dynamische rechtsbegrip schade, Nederlands Juristenblad, 2010, blz. 1908-1912.
  • Swaaij, J.H.M. van, en Sark, R.J., Lage dwangsom voor SBS 6 is gerechtelijke dwaling, de Volkskrant, 15
    april 2010.
  • Swaaij, J.H.M. van, en Rassa, A.A., Geen devaluatie van het begrip ‘bewuste roekeloosheid’, Nederlands
    Juristenblad
    , 2009, blz. 2023-2024.
  • Sjef van Swaaij (namens het Nederlands Juristenblad, Commentaar bij de rubriek “De Uitspraak” (ditmaal: “Hoe ver mag een advocaat gaan?”) van Folkert Jensma op NJBlog.nl, waarnaar verwezen in NRC Handelsblad 16 juni 2009.MEER
  • Swaaij, J.H.M. van, en Wersch, P.J.M. van, Kroniek rechtspraak Scheidsgerecht Gezondheidszorg, Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, 2009, blz. 281-305.
  • Swaaij, J.H.M. van, en Oude Kempers, J.E.M., Naschrift bij reactie van N. van den Heuvel op het hierna vermelde artikel (Het beslagrecht trilt op zijn grondvesten), Nederlands Juristenblad, 2009, blz. 1567-1569.
  • Swaaij, J.H.M. van, en Oude Kempers, J.E.M., Het beslagrecht trilt op zijn grondvesten, Nederlands
    Juristenblad
    , 2009, blz. 1022-1029. MEER
  • Swaaij, J.H.M. van, Executiegeschillen en kantonrechters, Nederlands Juristenblad, 2009, blz. 790-794.
    MEER
  • Swaaij, J.H.M. van, De zakelijke overeenkomst als kern van de levering, Beschouwing naar aanleiding van het proefschrift “Levering van roerende zaken” van J.A.J. Peter, Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk recht, 2008, blz. 255–260.
  • Swaaij, J.H.M. van, en A. Roodenburg, Een nieuwe vuistregel voor matiging van contractuele boeten: NJ 2007, 262, Nederlands Juristenblad, 2007, blz. 2296-2300. MEER
  • Swaaij, J.H.M. van, Naschrift bij reactie van W.J.M. van Tongeren op het hierna vermelde artikel van J.H.M. van  Swaaij: Weg met ‘schorsing’ in kort geding van het non-concurrentiebeding, Nederlands Juristenblad, 2007, blz. 1838.
  • Swaaij, J.H.M. van, Weg met ‘schorsing’ in kort geding van het non-concurrentiebeding, Nederlands
    Juristenblad,
    2006, blz. 2411-2414. MEER
  • Swaaij, J.H.M. van, Stuiting bij voorbaat van verjaring, Nederlands Juristenblad, 2006, blz.
    2117-2120. MEER 
  • Swaaij, J.H.M. van, Wettelijke rente, compensatoire interessen, en buitengerechtelijke kosten. HR 14 januari 2005, RvdW, 2005 (Ahold c.s./Staat) en HR 14 januari 2005, LJN AR2760, JOL 2005, 17, Bedrijfsjuridische  berichten, 2005, blz. 119-123. MEER
  • Swaaij, J.H.M. van, Aansprakelijkheid voor hulppersonen (art. 6:76 BW). Bereddingskosten (art. 283 lid 2 K),
    Bedrijfsjuridische berichten, 2004, blz. 205-207. MEER
  • Swaaij, J.H.M. van, Aansprakelijkheid in sport- en spelsituaties; bespreking van HR 28 maart 2003, RvdW 2003, 63 (Witmarsumer Merke) en HR 28 maart 2003, RvdW 2003, 64 (schaatsongeval), Bedrijfsjuridische berichten, 2003, blz. 75-78.
  • Swaaij, J.H.M. van, en Tjong Tjin Tai, T.F.E., Geen Haagse toestanden in het aansprakelijkheidsrecht; Nederlands Juristenblad, 2001, blz. 394-395.
  • Swaaij, J.H.M. van, ‘Beschikken en rechtsovergang: levering van toekomstige goederen, levering onder
    eigendomsvoorbehoud en levering onder voorbehoud van eigendomsherkrijging’, Ars Aequi (Rubriek
    proefschrift), 2000, blz. 812-816. MEER 
  • Swaaij, J.H.M. van, Art. 6:74 lid 2, bijkomende schadevergoeding en de eis van verzuim, WPNR 6316 (1998), blz. 345-346.
  • Swaaij, J.H.M. van, en Glazenborg, W., Naschrift bij Reactie van R.L. Albers-Dingemans op het hierna vermelde artikel in WPNR 6196: Verkrijging van een erfdienstbaarheid van weg door verkrijgende verjaring ex art. 3:105 lid 1 (extinctieve verjaring), WPNR 7000 (1995), blz. 823-824.
  • Swaaij, J.H.M. van, en Glazenborg, W., Verkrijging van een erfdienstbaarheid van weg door verkrijgende verjaring ex art. 3:105 lid 1 (extinctieve verjaring), WPNR 6196 (1995), blz. 647-650.
  • Swaaij, J.H.M. van, De problematische verhouding tussen de zakelijke overeenkomst en bezitsverschaffing, WPNR 6157 (1994), blz. 769-772. MEER

“{…} strak dogmatisch betoog {…} prijs voor het beste civielrechtelijke opstel {…}” (Nederlands Juristenblad, 1995, blz. 344; Kroniek Vermogensrecht, G.E. van Maanen)

  • Swaaij, J.H.M. van, en Hartlief, T., Overheid en privaatrecht; HR 22 oktober 1993, RvdW 1993, 211 (Staat/Metaal Magnus International), Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht, 1994, blz. 106-109.
  • Swaaij, J.H.M. van, HR 11 dec. 1992, RvdW 1993, 6 (Brandweerkostenarrest), Kostenverhaal door de overheid, Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht, 1993, blz. 166-172.
  • Swaaij, J.H.M. van, Binding aan contracten (verslag van een voordracht van mr. G.T. de Jong in zake contracten en convenanten), Methoden doelmatigheid versus rechtmatigheid; reorganisatie van de rechterlijke macht. Opstellen in het kader van de interdiciplinaire themabijeenkomsten, 1993, blz. 91-95, ISBN 90-74059-03-1.
  • Swaaij, J.H.M. van, Levering bij voorbaat van toekomstige vordering en gevolgd door beslag of faillissement. Naar aanleiding van HR 10 jan. 1992, RvdW 1992, 26 (Ontvanger/NMB Postbank), WPNR 6065 (1992), blz. 717-724.
  • Swaaij, J.H.M. van, Hartlief, T, Enige opmerkingen over het gebruik van het privaatrecht door de overheid. Verwarring rondom Windmill, De Pina/Helmond en Lelystad, WPNR 6059 (1992), blz. 598-604. MEER
  • Swaaij, J.H.M. van, Een lacune in het Haagse Verdrag inzake het toepasselijk recht op de vertegenwoordiging: de dubbele vertegen­woordiging, Ars Aequi, 1991, blz. 530-540. MEER