Oosterpark.Closeup.juistbestand

Tijdens zijn colleges Burgerlijk recht III gaf mijn latere promotor prof. mr. C.J.H. Brunner (dus: C.J.H.B. resp. CJHB in de NJ) steevast aanwijzingen omtrent het gebruik van de Nederlandse taal. Met deze rubriek, Taallesjes voor juristen, is beoogd om de fakkel over te nemen.

De advocaat probeerde de rechter te overreden zijn cliënte in het gelijk te stellen. Toen de rechter het dossier thuis nader bestudeerde, deed hij werkelijk moeite het het geschil te doorgronden. Hij besloot een Salomonsoordeel te geven.

Het woordje “om”

In strikt taalkundige zin is het (mogelijk) niet altijd nodig: het gebruik van het woordje “om”. Het weglaten van dit woordje heeft mijn voorkeur niet.  Zo leest, vind ik, de vorige alinea veel prettiger, als je het woordje “om” wèl gebruikt:

De advocaat probeerde de rechter te overreden om zijn cliënte in het gelijk te stellen.  Toen de rechter het dossier thuis nader bestudeerde, deed hij werkelijk moeite om het  geschil te doorgronden. Hij besloot om geen Salomonsoordeel te geven.

Processtukken

Het woordje “om”  is als smeerolie. Gebruik je het, dan is je processtuk vlotter leesbaar. Je doel is om de rechter te overtuigen dat jouw cliënt – en niet pij – in het gelijk gesteld moet worden. De vlotte leesbaarheid van je processtuk vergroot onmiskenbaar de overtuigingskracht ervan.

Natuurlijk gaat het bij de de vraag als zodanig of je het woordje “om” al dan niet gebruikt maar om een detail.  Maar zoals zo vaak, zit het ‘m nu eenmaal in de details (wat betreft zowel inhoud, als vorm).

Met de juiste aandacht voor de details (en even belangrijk: de juiste structuur) kun je niet zelden bereiken dat jouw processtuk een meeslepende werking heeft en ingenieuze argumentatie bevat.

N.B. Een link naar de vorige aflevering (5) van Taallesjes voor juristen staat HIER.