Granny_smith_apples

Appels van de soort Granny Smith (Foto Wikipedia).

Tijdens zijn colleges Burgerlijk recht III gaf mijn latere promotor prof. mr. C.J.H. Brunner (dus: C.J.H.B. resp. CJHB in de NJ) steevast aanwijzingen omtrent het gebruik van de Nederlandse taal. Met deze rubriek, Taallesjes voor juristen, is beoogd om de fakkel over te nemen.

Niet zelden hoor je iemand beweren dat het één (X, appel) niet te vergelijken zou zijn met het ander (Y, peer). Bij mij gaan de wenkbrauwen dan snel fronsen.

Hoezo niet te vergelijken?

Je kunt van alles met elkaar vergelijken. Appels kun je uitstekend vergelijken met peren.

Wel moet je prudent zijn met het trekken van conclusies. Dit omdat appels en peren, hoewel het hier gaat om fruit (genus), niet gelijksoortig (verschillende species) zijn, zoals een hoeveelheid Granny Smith-appels dat wèl is.

Niet gelijksoortig

Mij schijnt het toe dat het beter is om dàt te zeggen – ‘niet gelijksoortig’ -, dan te beweren dat ‘ze niet te vergelijken’ zouden zijn. Want de bewering ‘onvergelijkbaar’ klopt nu eenmaal niet. En wij moeten ons als juristen nu eenmaal zo goed als mogelijk is uitdrukken.

Het kàn niet zo zijn dat?

Mij zul je ook niet snel horen zeggen: “Het kan niet zo zijn dat …”.

Bedoeld wordt meestal dat iets niet hoort te gebeuren, wat intussen wèl gebeurd blijkt te zijn of aan het gebeuren is. Juist om het nu eenmaal al gebeurd is of aan het gebeuren is, doet het wonderlijk aan als – politici gaan hier geregeld in de fout – vervolgens beweerd wordt dat het niet zo “kan” zijn.

N.B. Een link naar het vorige taallesje (nr. 6) staat HIER.